07 maart 2026

Max J. Geene (deel 2)

Afgelopen oktober kocht ik een schilderij van het kruispunt Boezemlaan-Soetendaalsekade in Rotterdam, dichtbij de Rotte en de afrit van de A20. In het vorige bericht heb ik zoveel mogelijk informatie over het schilderij bij elkaar gezet, met name over de geschiedenis van de geschilderde plek. Over de schilder, Max Geene, vond ik bijna geen informatie. Ik had alleen een kranteninterview uit 1986. Daaruit bleek dat hij tien jaar daarvoor aan de Rotterdamse kunstacademie had gestudeerd, waarna hij aan de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) deelnam. Nadat deze regeling was versoberd zat hij ten tijde van het kranteninterview (1986) in de bijstand en woonde met zijn vrouw en zoontje in Overschie.

 

Googelen en Facebook

De zoektocht naar meer informatie over Max Geene was lastig omdat er ook een Rotterdamse schilder van zee- en havengezichten heeft bestaan met dezelfde naam. Volgens het RKD, het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, was deze Max Geene  geboren rond 1929/1930. De schilderijen van hem die online te vinden zijn, hebben een andere, romantischer stijl en zijn gesigneerd in kleine letters, terwijl mijn schilderij is gesigneerd in hoofdletters. Het RKD had geen informatie over de Max Geene naar wie ik op zoek was.

Signatuur jongere Max Geene
Signatuur oude Max Geene



















Na publicatie van mijn eerste bericht over het schilderij vond ik een bericht in de Kunstkring Voorne Faceboekgroep waarin herinneringen werden opgehaald aan leraar Max Geene. Ik vroeg daarom of dit dezelfde meneer was als die mijn schilderij had gemaakt. Volgens twee leden van de Facebook-groep was dit inderdaad het geval. Hij zou zijn geboren rond 1953 en was de zoon van de gelijknamige schilder van zee- en havengezichten. Hij zou gedurende lange tijd schilderles hebben gegeven rondom Rotterdam (Spijkenisse, Poortugaal).

 
Max Geene, foto van Kunstkring Voorne Facebookgroep

Helaas had niemand uit de Facebook-groep nog contact met Max Geene. Hij zou voor 2020 zijn gestopt met lesgeven en toen al erg slecht gelopen hebben. Een van de cursisten gaf wel een leuk inkijkje in het karakter van Max Geene:

“Ik weet dat zijn vader Rotterdamse havengezichten schilderde […]. Ik ben zelf in 1987 bij Max gaan tekenen. Hij was toen schat ik tussen 30 en 40. Hij schilderde zelf stadsgezichten. Maar op een meer experimentele manier. Ik weet nog dat we eens vroegen wat hij aan het maken was, toen bracht hij zeer kleurrijk beschilderde krantenpagina's mee. In stijl niet de opvolger van zijn vader.

Hij was als docent erg inspirerend en zelden echt tevreden. Als je klaar was zei hij vaak ‘net niet’. Met andere woorden: volgende keer nog beter. Hij liet me vaak een hele avond tobben om een mooi stilleven neer te zetten. ‘Aardig maar kan spannender, enz.’

Na die periode geen informatie meer van hem, geen idee of hij nog leeft of werkt.”

Een andere cursist kon zich vooral nog herinneren dat Max Geene altijd hamerde op het gebruik van meer kleur.

Na deze hoopvolle start van mijn zoektocht lukte het een tijd lang niet om meer te weten te komen over Max Geene. Ik leende een paar boeken uit de bibliotheek die wat uitleg gaven over de context waarin Max Geene zijn schilderijen maakte. Zo las ik twee boeken met interviews met Rotterdamse kunstenaars. Max Geene kwam hierbij zelf niet aan bod, maar wel werd me duidelijk hoe een kunstenaarsbestaan er ná de BKR uitzag: hard werken in verschillende baantjes, weinig verdienen en sinds de crisis van 2009 was het helemaal moeilijk.

 

Lezen, mailen en bellen

Een van de geïnterviewde kunstenaars in de genoemde boeken was Frans Stuurman. Hij studeerde net iets voor Max Geene af aan de Rotterdamse Kunstacademie, woont en werkt nog steeds in dezelfde buurt als waar Max Geene zijn kruispunt schilderde en is gespecialiseerd in stadsgezichten, in een soortgelijke no-nonsense stijl. Ik heb Frans Stuurman daarom gebeld om te vragen of hij weleens van hem had gehoord. Dat bleek, ondanks de vele overeenkomsten, niet het geval.


Frans Stuurman, Fontaine-l'Evêque, 2020

Ook kunstenaar Anne Geene vond het een leuke vraag, maar had nog nooit van collega kunstenaar Max Geene gehoord, liet ze me per mail weten. Ook veel andere van mijn pogingen om iets meer te weten te komen over Max Geene liepen op niets uit: mailtjes naar vroegere werkgevers waar hij schilderles had gegeven, Facebook-berichten en telefoontjes naar Rotterdammers met “Geene” als achternaam, berichten op kunst-fora: allemaal zonder resultaat.

Een ander boek dat enig inzicht gaf in de werkomstandigheden van Max Geene was “Een monument voor de BKR”, van Fransje Kuyvenhoven, uit 2020. Het schetst een beeld van overvolle BKR-depots, administratieve chaos en frustratie. En een eeuwigdurende strijd van kunstenaars om de regeling te verbeteren, en later, te behouden. Dat lukte uiteindelijk niet. In 1987 werd de regeling helemaal afgeschaft.

 

Achterkant van het schilderij van Max Geene, BK94263

Achterop het paneel van het schilderij van Max Geene staan meerdere nummers. Een van de nummers is BK94263. Volgens het boek van Kuyvenhoven betekent dit nummer dat het het 194.263ste kunstwerk is dat via de BKR-regeling werd ingeleverd. De eerste 100.000 werken kregen als voorvoegsel SZ, daarna kwam BK en de laatste serie begon met DV. In totaal ging het om meer dan 221.000 kunstwerken.

Een monument voor de BKR, datering BKR-werken, bladzijde 296


In 1982 werden er 13.630 kunstwerken bij de BKR ingediend, met nummers tussen BK94063 en DV7693. Het schilderij van Max Geene kreeg dus in 1982 het inventarisnummer BK94263. Op de achterkant staat echter “1979”. Het affiche van Henk Elsink dat op het schilderij is afgebeeld hoort ook bij de voorstelling “Theater en Thuis” die hij begin 1979 in Rotterdam speelde. Ik weet niet of de BKR-regels het toelieten om ook ouder werk in te dienen.

Een ander nummer dat achterop het paneel staat, R44189, bleef een mysterie, tot ik het Stadsarchief Rotterdam bezocht, eind januari 2026.

 

Stadsarchief Rotterdam

Ik had het Stadsarchief Rotterdam al meerdere mailtjes gestuurd, omdat deze het Rotterdamse Archief van de Commissie Complementaire Arbeidsvoorziening Beeldende Kunstenaars in beheer heeft. Dit was, volgens de archiefomschrijving, de gemeentelijke voorpost van de landelijke BKR-regeling, van waaruit 75 procent van de aangekochte werken naar het Rijk werden gestuurd.

Ook heeft het stadsarchief een serie jaarverslagen van de Kunstacademie (voluit: Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam) in bezit. Ik had de Kunstacademie zelf al eerder om meer informatie over Max Geene gevraagd. Zij konden vanwege privacywetgeving geen informatie delen, maar wezen wel naar de jaarboeken, omdat daar per jaar een lijst van gediplomeerden in zou staan.

Ingang Stadsarchief Rotterdam, januari 2026


Eenmaal in het Stadsarchief stonden de opgevraagde jaarboeken en het BKR-commissie-archief al voor me uitgestald. Ik begon met de jaarboeken. Uit het kranteninterview met Max Geene wist ik dat hij halverwege de jaren zeventig moest zijn afgestudeerd. En inderdaad, in het jaarverslag van 1978 komt de naam “Max Geene” voor. Op bladzijde 28 staat hij tussen de tien kandidaten die examen hadden gedaan in de avondopleiding “Vrije teken-, schilder- en grafische kunst”. De andere negen kandidaten van examenjaar 1977-1978 waren Erica Hagoort, Roy Dorder, Rik Sluiter, Douwe Rijpsma, Annie Jansen, Sjaak de Lange, Rik Messemaker, Peter Trouwborst en Willem de Boer.

Jaarverslag Kunstacademie Rotterdam, afstudeerlijst

Hierna ging ik verder met een map brieven van kunstenaars aan de BKR-commissie Rotterdam (archief 951, inventarisnummer 52). De map bevatte correspondentie over afgewezen BKR-aanvragen en informatie over gebruikte materialen en kostprijzen die bij de opgestuurde kunstwerken hoorde. Van Max Geene vond ik één klein, maar wel heel mooi, handgeschreven briefje:

Briefje van Max Geene aan de BKR-Commissie, 6 april 1979


“Aan de Comm. van de BKR                                                                               Rotterdam, 6 april, ‘79

Graag zou ik zien dat mijn honorarium wordt verhoogd, aangezien ik mijn schilderijen gedurende de huidige voorzieningsperiode niet kan doorwerken zoals ik dat graag zou willen doen.

Hoogachtend, Max Geene, Delfgaauwstraat 36B, ROTTERDAM”

Het is niet veel en de zin is krom, maar het is toch in ieder geval de bevestiging dat Max Geene in de BKR zat.

Andere mappen bevatten lange lijsten met aankopen van kunstwerken per voorzieningsperiode (kwartaal): “beoordeling van de ingediende werkstukken door de Commissie complementaire arbeidsvoorziening beeldende kunstenaars ten behoeve van de Beeldende Kunstenaars Regeling”. Gelijk bij de eerste map (inventarisnummer 44, “beoordeling in de vergadering van 16 en 17 januari 1979”) was het op de tweede bladzijde al raak: op de lijst staan vier werkstukken van M.J. Geene (nummer R32018 t/m R32021), allemaal olieverf op 80x100cm formaat, a 2.000 gulden per stuk.

De aankooplijsten zijn geordend op R-nummer. Hierdoor is nummer R44189 (van mijn schilderij) makkelijk terug te vinden. De aankoopgegevens hiervan staan in de map met inventarisnummer 45, op de lijst van ingezonden werkstukken voor de vergadering van de commissie op 13 t/m 15 oktober 1981. Niet veel later werd het schilderij dus doorgestuurd naar de landelijke BKR.

Naast R44189 leverde M.J. Geene tijdens deze voorzieningsperiode ook werken met de R-nummers 44188 en 44190 in. Ook hier ging het weer om olieverf van 80x100cm.

Aankooplijsten BKR-Commissie, Stadsarchief Rotterdam


Dit keer kreeg Max Geene er 3.000 gulden (1.361 euro) per schilderij voor. Het handgeschreven briefje met het verzoek voor een hoger honorarium zal hier weinig invloed op hebben gehad; alle kunstwerken van dit materiaal en formaat werden voor ongeveer hetzelfde bedrag aangekocht.

De laatste map met informatie over Max Geene (inventarisnummer 39), bevat correspondentie over de neveninkomsten van kunstenaars. Hierin zit een briefje gedateerd 10 maart 1984, waarin de secretaris van Teken-, schilder- en boetseerclub A’72 aangaf dat Max Geene “sinds enkele jaren op free lance basis aan onze vereniging is verbonden”. In de bijlage bij de brief werd hij overigens M. Geene jr. genoemd. Een bevestiging dat zijn vader ook zo heette.

Neveninkomsten Max Geene jr. 10 maart 1984, Stadsarchief Rotterdam


Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beheert het nationale BKR-archief, met alle gegevens van ooit bij het Rijk ingediende werken. Het is echter niet voor derden toegankelijk. Gelukkig wilde een conservator de archieven wel doorzoeken naar informatie over de door Max Geene ingediende werken.

De conservator van de RCE stuurde me een foto van de oorspronkelijke BKR-registratie in het inventarisboek met daarin ook “mijn” schilderij, met BKR-nummer BK94263. Bij de registratie staat ook nog het oude, Rotterdamse nummer R44189 en de datum waarop het in het depot werd opgenomen, of in bruikleen werd gegeven. Dat was op 24 augustus 1982. Het werd toen op transport gezet naar het Wijkgezondheidscentrum Assen.


BKR-registratie BK94263 in inventarisboek Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed


Het gaat hier mogelijk om het Wijkgezondheidscentrum Assen-Noord aan de Molenstraat 262, dat een maand later feestelijk zou worden geopend, maar al wel sinds 17 juni 1982 in bedrijf was (bron: Nieuwsblad van het Noorden). Het is de laatste jaren gerenoveerd, maar in 1997 moet het er nog ongeveer uit hebben gezien als bij de opening in 1982:

Wijkgezondheidscentrum Assen-Noord, Drents Archief


Daarnaast ontving ik van de conservator van het RCE een computeruitdraai waarop per schilderij de “huidige standplaats” en het BKR-nummer staat vermeld.


Uitdraai registraties kunstwerken BKR Max Geene, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Datum onbekend.

Dit overzicht bevat 27 werken van Max J. Geene die door de Rotterdamse BKR-commissie naar de Rijksdienst zijn gestuurd. Gezien de BK en DV-nummers op de lijst, zijn deze tussen 1979 en 1984 daar aangekomen. Niet alle werken van Max J. Geene die op de Rotterdamse aankooplijst staan, zijn ook op deze lijst terug te vinden. Dat klopt met de archiefomschrijving die ik eerder in het Stadsarchief van Rotterdam vond: ongeveer 75 procent van de in Rotterdam ingediende werken werd naar de Rijksdienst gestuurd. Het is mij niet bekend welke criteria werden gehanteerd bij het maken van de schifting.

Duidelijk is wel dat veel van zijn kunstwerken nog ergens rondhangen. “Mijn” schilderij BK94263 staat op de lijst met als aantekening “vermissing bij bruikleennemer”. Onder Standplaatshistorie staat “Historisch Centrum Overijssel”.

Hoewel niet duidelijk is wanneer deze lijst voor het laatst is geactualiseerd, geeft deze benaming wel een hint, want het Historisch Centrum Overijssel werd pas in 2001 opgericht, als fusie-organisatie van het voormalige Gemeentearchief van Zwolle en het voormalige Rijksarchief van Overijssel. Eind 2021 is de naam weer veranderd naar Collectie Overijssel.

 

Archief van de Collectie Overijssel

Ik had de Collectie Overijssel al op 17 oktober 2025 gemaild met de vraag om meer informatie over het schilderij. Vrij snel daarna kreeg ik antwoord dat er niets in hun systemen was te vinden over het schilderij. Gelukkig kreeg ik bijna drie maanden later een nieuwe mail, waarin een collectiebeheerder van de Collectie Overijssel meedeelde toch nog verder gezocht te hebben. Hij had contact opgenomen met de gemeente Zwolle en voegde de volgende puntige (maar heel waardevolle) notitie toe:

“De historie die ik nog kon checken in oud bestand geeft aan dat het een gift rijk betrof. (2001) inderdaad kenmerk BK94263. Het heeft volgens registratie vanuit kunstuitleen (KUZ 538.001) gehangen bij Politie IJsselland. Vanuit ontzameling aan onterfdgoed afgestaan. (Categorie 3).”

Mijn schilderij is dus in 2001 aan een onbekende organisatie voor kunstuitleen overgedragen (mogelijk Kunstuitleen Zwolle, want daar staat KUZ voor). Van daaruit heeft het kennelijk bij de Politie IJsselland gehangen, waarna het via de stichting Onterfd Goed bij mij is terechtgekomen. Het door de Collectie Overijssel genoemde nummer (538.001) staat ook op de achterkant van het schilderij, maar dan met de letter G ervoor.

Ik heb contact opgenomen met Kunst in huis, die in 2017 Kunstuitleen Zwolle hebben overgenomen. Helaas konden zij in hun systemen geen informatie meer vinden over Max Geene of zijn schilderij: “ik vrees dat het te lang geleden is”. Hetzelfde geldt voor de curator (Benthem Gratama Advocaten) die het faillissement van Kunstuitleen Zwolle in 2017 regelde; ook zij hadden geen informatie over de inventaris bewaard. Daarnaast heb ik geprobeerd contact op te nemen met de politie IJsselland, maar tot nu toe zonder resultaat.

Met “Politie IJsselland” wordt overigens hoogstwaarschijnlijk het hoofdbureau van de politie Zwolle aan de Koggelaan 8 bedoeld. Volgens Bagviewer is dit grote kantoorpand in 2001 gebouwd. Mogelijk hadden ze na de oplevering behoefte aan wat kunst aan de nog kale muren.

Politie IJsselland, Koggelaan 8, Zwolle. Google Streetview


Samenvatting van de reis van het schilderij:

1979-1981: geschilderd door Max J. Geene

1981 (oktober): Ingediend bij Rotterdamse BKR-Commissie

1982 (begin): Opgestuurd naar Centrale BKR (Rijksdienst)

1982 (augustus): in bruikleen bij Wijkgezondheidscentrum Assen

2001: Gift rijk aan Gemeente Zwolle

Na 2001: via Kunstuitleen (Zwolle?) bij Politie IJsselland

Ergens tussen 2001 en 2021: standplaats Historisch Centrum Overijssel, vermist bij bruikleennemer

2025: via Stichting Onterfd Goed aangekocht door mijzelf.

 

Genealogisch onderzoek

In een eerder stadium had ik al wat genealogisch gegoogled naar Max Geene en zijn vader, maar liep stuk op de grote hoeveelheid Max Geene’s in de Rotterdamse geschiedenis. In de aankooplijsten van de Rotterdamse BKR-commissie wordt Max Geene met voorletters vermeld: “M.J. Geene”. Met die voorletters kon ik gerichter zoeken dan alleen op de naam “Max Geene”.

Informatie uit de burgerlijke stand wordt pas vijftig jaar na sterven, of honderd jaar na geboorte openbaar gemaakt. Dat is dus (nog) geen ingang voor meer informatie over vader of zoon Max Geene. Wel staan er foto’s van grafzerken en bidprentjes online. Hierdoor heb ik een paar maanden gedacht dat een zekere Maximiliaan Christiaan Geene, geboren te Rotterdam in 1929 en gestorven te Sint Michielsgestel in 2014, de vader van Max Geene zou zijn. Maar deze Maximiliaan had vier zonen met heel andere namen en kon dus niet de vader van Max zijn.

Het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG) houdt het Nationaal Register van Overledenen (NRO) bij. Dit wist ik niet, maar is een makkelijke manier om buiten het bevolkingsregister om te checken of iemand is overleden. Voor minder dan 5 euro kun je met gebrekkige data (zoals in mijn geval alleen een achternaam, 2 voorletters, vermoedelijke geboorteplaats en vermoedelijke geboortedatum) al een uittreksel van de overledene ontvangen. Ik diende daarom een verzoek in voor Max J. Geene, geboren in of rond Rotterdam, rond 1953.

Twee dagen later kreeg ik het resultaat. Mijn schilder heette voluit Maximilian Jacobus Geene, geboren op 15-08-1951 te Rotterdam en, heel recent overleden, op maandag 29 september 2025. Zes dagen later, op zondagochtend 5 oktober, kocht ik het schilderij van de website van de Stichting Onterfd Goed.

Uittreksel Max J. Geene, Centrum voor Familiegeschiedenis, Nationaal Register van Overledenen


De werkelijke vader van Max J. Geene staat ook op het uittreksel: Maximilian Christian Geene, geboren op 16 augustus 1930 te Rotterdam en overleden op 11 april 2010 te Rotterdam. Dat is dus de schilder van haven- en zeegezichten. De informatie van het RKD over Max Geene kan dus worden aangescherpt: hij is in 1930 geboren. Misschien is het ook een goed idee om er de tussenletter C. bij toe te voegen (Max C. Geene), om hem zo te onderscheiden van Max J. Geene.

Grappig, maar ook verwarrend, is dat de vader van Maximilian Christian (*1930)  bijna hetzelfde heette: Maximilian Christian Herman (*1900). En diens vader heette weer Maximilian Christian (*1858). Uit gegevens van het Stadsarchief Rotterdam blijkt dat deze schipper (geboren in 1858 te Emmerich, Duitsland) met een Rijnschip in Rotterdam aankwam. Hij liet zich in 1912 naturaliseren tot Nederlander.

Registratie familie Geene, Stadsarchief Rotterdam


De schilder van mijn schilderij (Max J. Geene, geboren 1951) had dus een vader, grootvader en overgrootvader die allemaal Max heetten. Volgens het uittreksel van het CBG kreeg Max J. Geene op 21 januari 1979 een zoon. Hij brak met de familietraditie en noemde hem geen Max, maar Vincent. Uit het kranteninterview uit 1986 blijkt inderdaad dat hij enige jaren voor het interview een peuter rond had lopen.

Dat Max J. Geene eind januari 1979 vader werd, maakt de cirkel mooi rond. Mijn schilderij is (aan de hand van het affiche van Henk Elsink) te dateren in dezelfde periode als waarin zijn zoon werd geboren. Hij moet bij het schilderen van het kruispunt (of het eerst fotograferen ervan) bijna, of net vader zijn geworden. Ook het handgeschreven briefje aan de Rotterdamse BKR-commissie van begin april 1979, waarin hij een hoger honorarium vraagt, wint aan betekenis. Logisch dat hij minder aan schilderen toekwam na de gezinsuitbreiding.

 

Andere schilderijen van Max J. Geene

Begin december 2025, ruim drie maanden na zijn dood, veilde Vendu Rotterdam vier schilderijen van Max Geene. Hoewel ze alle vier zijn toegeschreven aan “Max Geene (1929-2008)”, zijn het overduidelijk twee schilderijen van de “jongere” Max J. Geene, geschilderd in dezelfde stijl als mijn schilderij. Er staan een parachutist boven een stad en een boot in de haven op. Het zijn de enige andere schilderijen van Max J. Geene die ik tot nu toe heb gezien. Achterop het tweede schilderij staat hetzelfde adres als waarmee Max Geene zijn verzoek om een hoger honorarium in 1979 ondertekende.


Boats in the harbour, Vendu Rotterdam


Boats in the harbour, achterkant, Vendu Rotterdam

Paratrooper over a city, Vendu Rotterdam

De andere twee schilderijen zijn hoogstwaarschijnlijk wel van zijn vader, Max C. Geene (1930-2010), gezien onderwerpkeuze en stijl. Het zal niet toevallig zijn dat alle vier de schilderijen in deze veiling begin december 2025 opdoken, aangezien Vendu Rotterdam veel geveilde objecten uit woningontruiming bij sterfte haalt, en Max J. Geene ruim twee maanden eerder overleed. De schilderijen van Max J. Geene werden voor respectievelijk 60 en 90 euro verkocht, terwijl die van zijn vader op 70 euro werden afgehamerd. Ik heb de herkomst van de schilderijen nog bij Vendu nagevraagd, maar daar konden ze geen uitspraken over doen, in verband met de privacy.

Vendu Rotterdam, veiling schilderijen Max J. Geene en Max C. Geene, 10 en 11 december 2025


Geen opmerkingen: