07 maart 2026

Max J. Geene (deel 2)

Afgelopen oktober kocht ik een schilderij van het kruispunt Boezemlaan-Soetendaalsekade in Rotterdam, dichtbij de Rotte en de afrit van de A20. In het vorige bericht heb ik zoveel mogelijk informatie over het schilderij bij elkaar gezet, met name over de geschiedenis van de geschilderde plek. Over de schilder, Max Geene, vond ik bijna geen informatie. Ik had alleen een kranteninterview uit 1986. Daaruit bleek dat hij tien jaar daarvoor aan de Rotterdamse kunstacademie had gestudeerd, waarna hij aan de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) deelnam. Nadat deze regeling was versoberd zat hij ten tijde van het kranteninterview (1986) in de bijstand en woonde met zijn vrouw en zoontje in Overschie.

 

Googelen en Facebook

De zoektocht naar meer informatie over Max Geene was lastig omdat er ook een Rotterdamse schilder van zee- en havengezichten heeft bestaan met dezelfde naam. Volgens het RKD, het Nederlands Instituut voor Kunstgeschiedenis, was deze Max Geene  geboren rond 1929/1930. De schilderijen van hem die online te vinden zijn, hebben een andere, romantischer stijl en zijn gesigneerd in kleine letters, terwijl mijn schilderij is gesigneerd in hoofdletters. Het RKD had geen informatie over de Max Geene naar wie ik op zoek was.

Signatuur jongere Max Geene
Signatuur oude Max Geene



















Na publicatie van mijn eerste bericht over het schilderij vond ik een bericht in de Kunstkring Voorne Faceboekgroep waarin herinneringen werden opgehaald aan leraar Max Geene. Ik vroeg daarom of dit dezelfde meneer was als die mijn schilderij had gemaakt. Volgens twee leden van de Facebook-groep was dit inderdaad het geval. Hij zou zijn geboren rond 1953 en was de zoon van de gelijknamige schilder van zee- en havengezichten. Hij zou gedurende lange tijd schilderles hebben gegeven rondom Rotterdam (Spijkenisse, Poortugaal).

 
Max Geene, foto van Kunstkring Voorne Facebookgroep

Helaas had niemand uit de Facebook-groep nog contact met Max Geene. Hij zou voor 2020 zijn gestopt met lesgeven en toen al erg slecht gelopen hebben. Een van de cursisten gaf wel een leuk inkijkje in het karakter van Max Geene:

“Ik weet dat zijn vader Rotterdamse havengezichten schilderde […]. Ik ben zelf in 1987 bij Max gaan tekenen. Hij was toen schat ik tussen 30 en 40. Hij schilderde zelf stadsgezichten. Maar op een meer experimentele manier. Ik weet nog dat we eens vroegen wat hij aan het maken was, toen bracht hij zeer kleurrijk beschilderde krantenpagina's mee. In stijl niet de opvolger van zijn vader.

Hij was als docent erg inspirerend en zelden echt tevreden. Als je klaar was zei hij vaak ‘net niet’. Met andere woorden: volgende keer nog beter. Hij liet me vaak een hele avond tobben om een mooi stilleven neer te zetten. ‘Aardig maar kan spannender, enz.’

Na die periode geen informatie meer van hem, geen idee of hij nog leeft of werkt.”

Een andere cursist kon zich vooral nog herinneren dat Max Geene altijd hamerde op het gebruik van meer kleur.

Na deze hoopvolle start van mijn zoektocht lukte het een tijd lang niet om meer te weten te komen over Max Geene. Ik leende een paar boeken uit de bibliotheek die wat uitleg gaven over de context waarin Max Geene zijn schilderijen maakte. Zo las ik twee boeken met interviews met Rotterdamse kunstenaars. Max Geene kwam hierbij zelf niet aan bod, maar wel werd me duidelijk hoe een kunstenaarsbestaan er ná de BKR uitzag: hard werken in verschillende baantjes, weinig verdienen en sinds de crisis van 2009 was het helemaal moeilijk.

 

Lezen, mailen en bellen

Een van de geïnterviewde kunstenaars in de genoemde boeken was Frans Stuurman. Hij studeerde net iets voor Max Geene af aan de Rotterdamse Kunstacademie, woont en werkt nog steeds in dezelfde buurt als waar Max Geene zijn kruispunt schilderde en is gespecialiseerd in stadsgezichten, in een soortgelijke no-nonsense stijl. Ik heb Frans Stuurman daarom gebeld om te vragen of hij weleens van hem had gehoord. Dat bleek, ondanks de vele overeenkomsten, niet het geval.


Frans Stuurman, Fontaine-l'Evêque, 2020

Ook kunstenaar Anne Geene vond het een leuke vraag, maar had nog nooit van collega kunstenaar Max Geene gehoord, liet ze me per mail weten. Ook veel andere van mijn pogingen om iets meer te weten te komen over Max Geene liepen op niets uit: mailtjes naar vroegere werkgevers waar hij schilderles had gegeven, Facebook-berichten en telefoontjes naar Rotterdammers met “Geene” als achternaam, berichten op kunst-fora: allemaal zonder resultaat.

Een ander boek dat enig inzicht gaf in de werkomstandigheden van Max Geene was “Een monument voor de BKR”, van Fransje Kuyvenhoven, uit 2020. Het schetst een beeld van overvolle BKR-depots, administratieve chaos en frustratie. En een eeuwigdurende strijd van kunstenaars om de regeling te verbeteren, en later, te behouden. Dat lukte uiteindelijk niet. In 1987 werd de regeling helemaal afgeschaft.

 

Achterkant van het schilderij van Max Geene, BK94263

Achterop het paneel van het schilderij van Max Geene staan meerdere nummers. Een van de nummers is BK94263. Volgens het boek van Kuyvenhoven betekent dit nummer dat het het 194.263ste kunstwerk is dat via de BKR-regeling werd ingeleverd. De eerste 100.000 werken kregen als voorvoegsel SZ, daarna kwam BK en de laatste serie begon met DV. In totaal ging het om meer dan 221.000 kunstwerken.

Een monument voor de BKR, datering BKR-werken, bladzijde 296. Klik om te lezen.


In 1982 werden er 13.630 kunstwerken bij de BKR ingediend, met nummers tussen BK94063 en DV7693. Het schilderij van Max Geene kreeg dus in 1982 het inventarisnummer BK94263. Op de achterkant staat echter “1979”. Het affiche van Henk Elsink dat op het schilderij is afgebeeld hoort ook bij de voorstelling “Theater en Thuis” die hij begin 1979 in Rotterdam speelde. Ik weet niet of de BKR-regels het toelieten om ouder werk in te dienen, maar daar lijkt het wel op.

Een ander nummer dat achterop het paneel staat, R44189, bleef een mysterie, tot ik het Stadsarchief Rotterdam bezocht, eind januari 2026.

 

Stadsarchief Rotterdam

Ik had het Stadsarchief Rotterdam al meerdere mailtjes gestuurd, omdat deze het Rotterdamse Archief van de Commissie Complementaire Arbeidsvoorziening Beeldende Kunstenaars in beheer heeft. Dit was, volgens de archiefomschrijving, de gemeentelijke voorpost van de landelijke BKR-regeling, van waaruit 75 procent van de aangekochte werken naar het Rijk werden gestuurd.

Ook heeft het stadsarchief een serie jaarverslagen van de Kunstacademie (voluit: Academie van Beeldende Kunsten en Technische Wetenschappen te Rotterdam) in bezit. Ik had de Kunstacademie zelf al eerder om meer informatie over Max Geene gevraagd. Zij konden vanwege privacywetgeving geen informatie delen, maar wezen wel naar de jaarboeken, omdat daar per jaar een lijst van gediplomeerden in zou staan.

Ingang Stadsarchief Rotterdam, januari 2026


Eenmaal in het Stadsarchief stonden de opgevraagde jaarboeken en het BKR-commissie-archief al voor me uitgestald. Ik begon met de jaarboeken. Uit het kranteninterview met Max Geene wist ik dat hij halverwege de jaren zeventig moest zijn afgestudeerd. En inderdaad, in het jaarverslag van 1978 komt de naam “Max Geene” voor. Op bladzijde 28 staat hij tussen de tien kandidaten die examen hadden gedaan in de avondopleiding “Vrije teken-, schilder- en grafische kunst”. De andere negen kandidaten van examenjaar 1977-1978 waren Erica Hagoort, Roy Dorder, Rik Sluiter, Douwe Rijpsma, Annie Jansen, Sjaak de Lange, Rik Messemaker, Peter Trouwborst en Willem de Boer.

Jaarverslag Kunstacademie Rotterdam, afstudeerlijst. Klik om te lezen.

Hierna ging ik verder met een map brieven van kunstenaars aan de BKR-commissie Rotterdam (archief 951, inventarisnummer 52). De map bevatte correspondentie over afgewezen BKR-aanvragen en informatie over gebruikte materialen en kostprijzen die bij de opgestuurde kunstwerken hoorde. Van Max Geene vond ik één klein, maar wel heel mooi, handgeschreven briefje:

Briefje van Max Geene aan de BKR-Commissie, 6 april 1979. Klik om te lezen.


“Aan de Comm. van de BKR                                                                               Rotterdam, 6 april, ‘79

Graag zou ik zien dat mijn honorarium wordt verhoogd, aangezien ik mijn schilderijen gedurende de huidige voorzieningsperiode niet kan doorwerken zoals ik dat graag zou willen doen.

Hoogachtend, Max Geene, Delfgaauwstraat 36B, ROTTERDAM”

Het is niet veel en de zin is krom, maar het is toch in ieder geval de bevestiging dat Max Geene in de BKR zat.

Andere mappen bevatten lange lijsten met aankopen van kunstwerken per voorzieningsperiode (kwartaal): “beoordeling van de ingediende werkstukken door de Commissie complementaire arbeidsvoorziening beeldende kunstenaars ten behoeve van de Beeldende Kunstenaars Regeling”. Gelijk bij de eerste map (inventarisnummer 44, “beoordeling in de vergadering van 16 en 17 januari 1979”) was het op de tweede bladzijde al raak: op de lijst staan vier werkstukken van M.J. Geene (nummer R32018 t/m R32021), allemaal olieverf op 80x100cm formaat, a 2.000 gulden per stuk.

De aankooplijsten zijn geordend op R-nummer. Hierdoor is nummer R44189 (van mijn schilderij) makkelijk terug te vinden. De aankoopgegevens hiervan staan in de map met inventarisnummer 45, op de lijst van ingezonden werkstukken voor de vergadering van de commissie op 13 t/m 15 oktober 1981. Niet veel later werd het schilderij dus doorgestuurd naar de landelijke BKR.

Naast R44189 leverde M.J. Geene tijdens deze voorzieningsperiode ook werken met de R-nummers 44188 en 44190 in. Ook hier ging het weer om olieverf van 80x100cm.

Aankooplijsten BKR-Commissie, Stadsarchief Rotterdam. Klik om te lezen.


Dit keer kreeg Max Geene er 3.000 gulden (1.361 euro) per schilderij voor. Het handgeschreven briefje met het verzoek voor een hoger honorarium zal hier weinig invloed op hebben gehad; alle kunstwerken van dit materiaal en formaat werden voor ongeveer hetzelfde bedrag aangekocht.

De laatste map met informatie over Max Geene (inventarisnummer 39), bevat correspondentie over de neveninkomsten van kunstenaars. Hierin zit een briefje gedateerd 10 maart 1984, waarin de secretaris van Teken-, schilder- en boetseerclub A’72 aangaf dat Max Geene “sinds enkele jaren op free lance basis aan onze vereniging is verbonden”. In de bijlage bij de brief werd hij overigens M. Geene jr. genoemd. Een bevestiging dat zijn vader ook zo heette.

Neveninkomsten Max Geene jr. 10 maart 1984, Stadsarchief Rotterdam. Klik om te lezen.


Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE) beheert het nationale BKR-archief, met alle gegevens van ooit bij het Rijk ingediende werken. Het is echter niet voor derden toegankelijk. Gelukkig wilde een conservator de archieven wel doorzoeken naar informatie over de door Max Geene ingediende werken.

De conservator van de RCE stuurde me een foto van de oorspronkelijke BKR-registratie in het inventarisboek met daarin ook “mijn” schilderij, met BKR-nummer BK94263. Bij de registratie staat ook nog het oude, Rotterdamse nummer R44189 en de datum waarop het in het depot werd opgenomen, of in bruikleen werd gegeven. Dat was op 24 augustus 1982. Het werd toen op transport gezet naar het Wijkgezondheidscentrum Assen.


BKR-registratie BK94263 in inventarisboek Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Klik om te lezen.


Het gaat hier mogelijk om het Wijkgezondheidscentrum Assen-Noord aan de Molenstraat 262, dat een maand later feestelijk zou worden geopend, maar al wel sinds 17 juni 1982 in bedrijf was (bron: Nieuwsblad van het Noorden). Het is de laatste jaren gerenoveerd, maar in 1997 moet het er nog ongeveer uit hebben gezien als bij de opening in 1982:

Wijkgezondheidscentrum Assen-Noord, Drents Archief


Daarnaast ontving ik van de conservator van het RCE een computeruitdraai waarop per schilderij de “huidige standplaats” en het BKR-nummer staat vermeld.


Uitdraai registraties kunstwerken BKR Max Geene, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. Datum onbekend. Klik om te lezen.

Dit overzicht bevat 27 werken van Max J. Geene die door de Rotterdamse BKR-commissie naar de Rijksdienst zijn gestuurd. Gezien de BK en DV-nummers op de lijst, zijn deze tussen 1979 en 1984 daar aangekomen. Niet alle werken van Max J. Geene die op de Rotterdamse aankooplijst staan, zijn ook op deze lijst terug te vinden. Dat klopt met de archiefomschrijving die ik eerder in het Stadsarchief van Rotterdam vond: ongeveer 75 procent van de in Rotterdam ingediende werken werd naar de Rijksdienst gestuurd. Het is mij niet bekend welke criteria werden gehanteerd bij het maken van de schifting.

Duidelijk is wel dat veel van zijn kunstwerken nog ergens rondhangen. “Mijn” schilderij BK94263 staat op de lijst met als aantekening “vermissing bij bruikleennemer”. Onder Standplaatshistorie staat “Historisch Centrum Overijssel”.

Hoewel niet duidelijk is wanneer deze lijst voor het laatst is geactualiseerd, geeft deze benaming wel een hint, want het Historisch Centrum Overijssel werd pas in 2001 opgericht, als fusie-organisatie van het voormalige Gemeentearchief van Zwolle en het voormalige Rijksarchief van Overijssel. Eind 2021 is de naam weer veranderd naar Collectie Overijssel.

 

Archief van de Collectie Overijssel

Ik had de Collectie Overijssel al op 17 oktober 2025 gemaild met de vraag om meer informatie over het schilderij. Vrij snel daarna kreeg ik antwoord dat er niets in hun systemen was te vinden over het schilderij. Gelukkig kreeg ik bijna drie maanden later een nieuwe mail, waarin een collectiebeheerder van de Collectie Overijssel meedeelde toch nog verder gezocht te hebben. Hij had contact opgenomen met de gemeente Zwolle en voegde de volgende puntige (maar heel waardevolle) notitie toe:

“De historie die ik nog kon checken in oud bestand geeft aan dat het een gift rijk betrof. (2001) inderdaad kenmerk BK94263. Het heeft volgens registratie vanuit kunstuitleen (KUZ 538.001) gehangen bij Politie IJsselland. Vanuit ontzameling aan onterfdgoed afgestaan. (Categorie 3).”

Mijn schilderij is dus in 2001 aan de Gemeente Zwolle geschonken en in de periode daarna aan een organisatie voor kunstuitleen overgedragen (mogelijk Kunstuitleen Zwolle, want daar staat KUZ voor). Van daaruit heeft het kennelijk bij de Politie IJsselland gehangen, waarna het via de stichting Onterfd Goed bij mij is terechtgekomen. Het door de Collectie Overijssel genoemde nummer (538.001) staat ook op de achterkant van het schilderij, maar dan met de letter G ervoor. 

Het is mij nog niet helemaal duidelijk hoe dit te rijmen is met de uitdraai van het RCE waarop het schilderij als vermist wordt opgegeven, en wat de link is met het in de uitdraai genoemde Historisch Centrum Overijssel. Ik vermoed dat het schilderij eerst door de RCE in 2001 aan de Gemeente Zwolle is overgedragen. De depots en archieven van de Gemeente Zwolle werden vanaf dat jaar beheerd door het Historisch Centrum Overijssel. Daar zal het vermist zijn geraakt. Op enig moment zal het schilderij zijn teruggevonden en in de kunstuitleen terecht zijn gekomen, waarna het op het hoofdbureau van de Politie IJsselland in Zwolle heeft gehangen.

Ik heb contact opgenomen met Kunst in huis, die in 2017 Kunstuitleen Zwolle hebben overgenomen. Helaas konden zij in hun systemen geen informatie meer vinden over Max Geene of zijn schilderij: “ik vrees dat het te lang geleden is”. Hetzelfde geldt voor de curator (Benthem Gratama Advocaten) die het faillissement van Kunstuitleen Zwolle in 2017 regelde; ook zij hadden geen informatie over de inventaris bewaard. Daarnaast heb ik geprobeerd contact op te nemen met de politie IJsselland, maar tot nu toe zonder resultaat.

Met “Politie IJsselland” wordt overigens hoogstwaarschijnlijk het hoofdbureau van de politie Zwolle aan de Koggelaan 8 bedoeld. Volgens Bagviewer is dit grote kantoorpand in 2001 gebouwd. Mogelijk hadden ze na de oplevering behoefte aan wat kunst aan de nog kale muren.

Politie IJsselland, Koggelaan 8, Zwolle. Google Streetview


Samenvatting van de reis van het schilderij:

1979 (begin):                              Geschilderd door Max J. Geene

1981 (oktober):                          Ingediend bij Rotterdamse BKR-Commissie

1982 (begin):                             Opgestuurd naar Centrale BKR (Rijksdienst)

1982 (augustus):                         In bruikleen bij Wijkgezondheidscentrum Assen

2001:                                           Gift Rijksdienst aan Gemeente Zwolle

Ergens tussen 2001 en 2021:       Standplaats Historisch Centrum Overijssel, 

Ergens tussen 2001 en 2021:       Vermist bij bruikleennemer

Na 2001:                                      Via Kunstuitleen (Zwolle?) bij Politie IJsselland

2025:                                           Via Stichting Onterfd Goed aangekocht door mijzelf.

 

Genealogisch onderzoek

In een eerder stadium had ik al wat genealogisch gegoogled naar Max Geene en zijn vader, maar liep stuk op de grote hoeveelheid Max Geene’s in de Rotterdamse geschiedenis. In de aankooplijsten van de Rotterdamse BKR-commissie wordt Max Geene met voorletters vermeld: “M.J. Geene”. Met die voorletters kon ik gerichter zoeken dan alleen op de naam “Max Geene”.

Informatie uit de burgerlijke stand wordt pas vijftig jaar na sterven, of honderd jaar na geboorte openbaar gemaakt. Dat is dus (nog) geen ingang voor meer informatie over vader of zoon Max Geene. Wel staan er foto’s van grafzerken en bidprentjes online. Hierdoor heb ik een paar maanden gedacht dat een zekere Maximiliaan Christiaan Geene, geboren te Rotterdam in 1929 en gestorven te Sint Michielsgestel in 2014, de vader van Max Geene zou zijn. Maar deze Maximiliaan had vier zonen met heel andere namen en kon dus niet de vader van Max zijn.

Het Centrum voor Familiegeschiedenis (CBG) houdt het Nationaal Register van Overledenen (NRO) bij. Dit wist ik niet, maar is een makkelijke manier om buiten het bevolkingsregister om te checken of iemand is overleden. Voor minder dan 5 euro kun je met gebrekkige data (zoals in mijn geval alleen een achternaam, 2 voorletters, vermoedelijke geboorteplaats en vermoedelijke geboortedatum) al een uittreksel van de overledene ontvangen. Ik diende daarom een verzoek in voor Max J. Geene, geboren in of rond Rotterdam, rond 1953.

Twee dagen later kreeg ik het resultaat. Mijn schilder heette voluit Maximilian Jacobus Geene, geboren op 15-08-1951 te Rotterdam en, heel recent overleden, op maandag 29 september 2025. Zes dagen later, op zondagochtend 5 oktober, kocht ik het schilderij van de website van de Stichting Onterfd Goed.

Uittreksel Max J. Geene, Centrum voor Familiegeschiedenis, Nationaal Register van Overledenen. Klik om te lezen.


De werkelijke vader van Max J. Geene staat ook op het uittreksel: Maximilian Christian Geene, geboren op 16 augustus 1930 te Rotterdam en overleden op 11 april 2010 te Rotterdam. Dat is dus de schilder van haven- en zeegezichten. De informatie van het RKD over Max Geene kan dus worden aangescherpt: hij is in 1930 geboren. Misschien is het ook een goed idee om er de tussenletter C. bij toe te voegen (Max C. Geene), om hem zo te onderscheiden van Max J. Geene.

Grappig, maar ook verwarrend, is dat de vader van Maximilian Christian (*1930)  bijna hetzelfde heette: Maximilian Christian Herman (*1900). En diens vader heette weer Maximilian Christian (*1858). Uit gegevens van het Stadsarchief Rotterdam blijkt dat deze schipper (geboren in 1858 te Emmerich, Duitsland) met een Rijnschip in Rotterdam aankwam. Hij liet zich in 1912 naturaliseren tot Nederlander.

Registratie familie Geene, Stadsarchief Rotterdam. Klik om te lezen.


De schilder van mijn schilderij (Max J. Geene, geboren 1951) had dus een vader, grootvader en overgrootvader die allemaal Max heetten. Volgens het uittreksel van het CBG kreeg Max J. Geene op 21 januari 1979 een zoon. Hij brak met de familietraditie en noemde hem geen Max, maar Vincent. Uit het kranteninterview uit 1986 blijkt inderdaad dat hij enige jaren voor het interview een peuter rond had lopen.

Dat Max J. Geene eind januari 1979 vader werd, maakt de cirkel mooi rond. Mijn schilderij is (aan de hand van het affiche van Henk Elsink) te dateren in dezelfde periode als waarin zijn zoon werd geboren. Hij moet bij het schilderen van het kruispunt (of het eerst fotograferen ervan) bijna, of net vader zijn geworden. Ook het handgeschreven briefje aan de Rotterdamse BKR-commissie van begin april 1979, waarin hij een hoger honorarium vraagt, wint aan betekenis. Logisch dat hij minder aan schilderen toekwam na de gezinsuitbreiding.

 

Andere schilderijen van Max J. Geene

Begin december 2025, ruim drie maanden na zijn dood, veilde Vendu Rotterdam vier schilderijen van Max Geene. Hoewel ze alle vier zijn toegeschreven aan “Max Geene (1929-2008)”, zijn het overduidelijk twee schilderijen van de “jongere” Max J. Geene, geschilderd in dezelfde stijl als mijn schilderij. Er staan een parachutist boven een stad en een boot in de haven op. Het zijn de enige andere schilderijen van Max J. Geene die ik tot nu toe heb gezien. Achterop het tweede schilderij staat hetzelfde adres als waarmee Max Geene zijn verzoek om een hoger honorarium in 1979 ondertekende.


Boats in the harbour, Vendu Rotterdam


Boats in the harbour, achterkant, Vendu Rotterdam

Paratrooper over a city, Vendu Rotterdam

De andere twee schilderijen zijn hoogstwaarschijnlijk wel van zijn vader, Max C. Geene (1930-2010), gezien onderwerpkeuze en stijl. Het zal niet toevallig zijn dat alle vier de schilderijen in deze veiling begin december 2025 opdoken, aangezien Vendu Rotterdam veel geveilde objecten uit woningontruiming bij sterfte haalt, en Max J. Geene ruim twee maanden eerder overleed. De schilderijen van Max J. Geene werden voor respectievelijk 60 en 90 euro verkocht, terwijl die van zijn vader op 70 euro werden afgehamerd. Ik heb de herkomst van de schilderijen nog bij Vendu nagevraagd, maar daar konden ze geen uitspraken over doen, in verband met de privacy.

Vendu Rotterdam, veiling schilderijen Max J. Geene en Max C. Geene, 10 en 11 december 2025. Klik voor details.


11 oktober 2025

Max Geene, 1979, Rotterdam

Ik kreeg begin oktober 2025 een mailtje van de Stichting Onterfd Goed. Deze stichting kende ik uit 2012 toen ik er enkele typemachines van het voormalig Scryption mocht kopen, of adopteren, zoals ze dat zelf noemden. Het was hun eerste ervaring met het herbestemmen van overtollige collecties. Sindsdien doen ze dat vaker. In de mail stond:

Gemeente Apeldoorn heeft in de loop van heel veel jaren een kunstcollectie verzameld van ruim 2400 werken. Een deel daarvan stamt uit de periode waarin kunstenaars in het kader van de Beeldende Kunstenaars Regeling (BKR) werk inleverden in ruil voor een financiële ondersteuning om zich te kunnen ontwikkelen. Een ander deel bestaat uit kunstwerken die zijn aangekocht om kantoren en vergaderruimtes aantrekkelijker te maken.

Met de verhuizing naar een nieuw stadskantoor in het vooruitzicht, was het noodzakelijk om de totale collectie onder de loep te nemen. Onterfd Goed ondersteunde de gemeente bij het herzien van het collectieplan en onderzocht alle werken op conditie, herkomst en historische waarde. De gemeente besloot 1500 werken af te stoten om te komen tot een goed beheersbare collectie die ingezet gaat worden in het nieuwe kantoor. In onze webshop vind je de eerste 400 werken uit deze collectie in 'nieuw in de webshop'.

Schilderij Max Geene, 1979


Schilderij van Max Geene, 1979

Het schilderij van Max Geene sprong er meteen uit. Het spreekt mij enorm aan. Wie schildert er nou een verlaten kruispunt in een grauwe winterochtend? En nog netjes gedaan ook. Na een paar keer klikken was ik voor 195 euro, inclusief verzending door gespecialiseerde koerier, de trotse eigenaar van dit schilderij. In de webshop stond het trouwens verkeerd geregistreerd (het is niet van Gerrit van Dijk, maar van Max Geene). Bij de beschrijving staat overigens dat het van de gemeente Zwolle afkomstig is en dus niet van de gemeente Apeldoorn.

Het vrij forse schilderij (80 bij 100cm) is waarschijnlijk niet gemaakt met olieverf (zoals in de webshop stond vermeld), maar met acrylverf. Volgens ChatGPT is dat logisch, want “in de jaren ’70 stapten veel realistische schilders over op acryl, vooral in Nederland en Duitsland, omdat het sneller droogde en beter geschikt was voor dat cleane, ‘fotografische’ resultaat. Hyperrealisten en ‘nieuwe realisten’ gebruikten het graag voor stedelijke scènes, reclameborden, asfalt, beton, enzovoort.”



Het schilderij lijkt heel realistisch, maar is niet hyperrealistisch. Het verkeerslicht voor fietsers rechts lijkt te zweven, de schaduwen zijn niet consistent en als je van dichtbij kijkt, zie je veel kleine slordigheden. Vanaf ongeveer 2 meter afstand komt het schilderij daarom het best tot zijn recht. Volgens ChatGPT past het schilderij “bij de Nederlandse tak van het Nieuw Realisme / Stadsrealisme van de jaren ’70,  herkenbaar aan dat precieze, bijna koele stadsbeeld, zonder de obsessieve perfectie van hyperrealisme.”

Realistisch, maar niet hyperrealistisch


Max Geene, kunstschilder te Overschie

Ik heb niet heel veel over de schilder Max Geene kunnen vinden. In het krantenarchief staan wel advertenties voor een aantal tentoonstellingen in de jaren tachtig, maar niet heel veel. Wel vond ik een interview met hem in Het Vrije Volk (8-7-1986) waarin hij vertelt over het afschaffen van de BKR-regeling en het leven als kunstenaar in de bijstand. Ik copy-paste het hele deel dat over hem gaat:

Max Geene, kunstschilder te Overschie, weet wat het is om als kunstenaar in de bijstand te zitten. Toen hij tien jaar geleden van de Rotterdamse academie kwam, zag het er een stuk rooskleuriger uit.  Een kunstenaar kwam automatisch in aanmerking voor de BKR. Drie jaar geleden werden er echter inkomenseisen verbonden aan de regeling. Tegenwoordig moet een kunstenaar een inkomen van 8000 gulden per jaar aantonen om in aanmerking te komen voor de BKR.

Geene kon vanaf het begin, zoals vele collega's, nlet voldoen aan de eis en belandde in de bijstand. „Balen. Als kunstenaar in de bijstand je werk voortzetten, is haast geen doen. Materiaal wordt mondjesmaat aangeschaft. Het voorzieningsfonds voor kunstenaars springt wel bij, maar de bedragen zijn niet toereikend om lekker door te werken. Je moet voortdurend schipperen om een beetje uit te komen met geld. En oppassen dat de situatie je ontwikkeling niet beperkt. Ik heb wel dagen dat ik het niet meer zie, maar ik wil door. Ik kan niets anders. Ik zou ook niet meer in te passen zijn in een vaste baan of iets dergelijks."

Geene heeft zijn atelier in een leegstaande school in Overschie, een multifunctioneel gebouw. „Daar heb ik geluk mee gehad. Het is een geschikte ruimte en de huur is laag. Ik kreeg het op het goede moment aangeboden: mijn zoon begon net te lopen. Ik schilderde eerst thuis, in een tussenkamer, dat kon niet langer met een peuter.' Als je zo op het minimum leeft is het heel belangrijk dat ze thuis achter je staan. Ik kan me goed voorstellen dat sommige kunstenaars die samenwonen of een gezin hebben, spanningen krijgen door de benarde financiële positie. Daar heb ik gelukkig niets mee te maken." Volgens Geene kunnen slechts een paar kunstenaars zich bedruipen. „De mensen kopen niet. Ze zien het en zeggen: goh, aardig. En vervolgens: moet ik daar dertienhonderd piek voor neerleggen?".

Vóórdat je al aan verkopen kunt gaan denken moet je trouwens eerst een galerie zover hebben dat ze je werk willen aanbieden. Dan moet je eerst dure foto's laten maken, een mooi boekje samenstellen en ermee gaan leuren. Het valt verdomd niet mee".

Volkskrant, 28 september 1985


Henk Elsink, cabaretier

Iets rechts van het midden staat een bord met het portret van Henk Elsink. Het is al wat afgebladderd door weer en wind. Henk Elsink speelde met de theatershow “Theater en Thuis” tussen 6 januari en 14 januari 1979 in het Zuidpleintheater voor het eerst in Rotterdam. De show zelf was al bijna twee jaar oud. Daarna speelde hij in Groningen en tussen 23 januari en 3 februari 1979 speelde hij weer in Rotterdam, nu in het Luxor theater. Voor de première in het Luxor had hij gratis kaartjes geregeld voor de medewerkers van de Rotterdamse reinigingsdienst, als bedankje omdat deze de wegen sneeuwvrij hadden gehouden.

De winter van 1979 was erg streng, met hevige sneeuwstormen. Die van 14 februari 1979 was de ergste ooit, maar ook in de weken daaraan voorafgaand sneeuwde het regelmatig. Rechts achter het bord met Henk Elsink zijn nog sneeuwresten op het gras te zien. Het zal dus ergens begin 1979 geschilderd zijn.

Henk Elsink kreeg in de Volkskrant en het NRC overigens heel slechte recensies. Het NRC (17 januari 1979) schreef bijvoorbeeld dat zijn talent te beperkt is voor een flitsende show. Ook de vrouwonvriendelijke grappen vielen niet in de smaak: “wat is het verschil tussen een vrouw en een piano? Van een piano kun je altijd de klep dichtgooien.” Maar blijkbaar stond dat een succesvolle twee jaar durende tournee niet in de weg.

Affiche van "Theater en Thuis", uit de Theatercollectie van de UvA

Omgeving schilderij en een beetje geschiedenis

Het schilderij is gemaakt net voor het kruispunt tussen de Boezemlaan en de Soetendaalsekade in Rotterdam-Noord. Links is nog net de oprit naar de A20 richting Den Haag en Hoek van Holland zichtbaar, plus een shortcut naar de wijk Hillegersberg, dat achter de A20 ligt. Die shortcut is er tegenwoordig uit; nu is er in de plaats daarvan een fietsbrug (Soetendaalsebocht) naast gelegd. De A20 staat op het schilderij op palen en is voorzien van groene geluidsschermen. De palen zijn nodig omdat dit deel over de rivier de Rotte heen is aangelegd. De Rotte zelf is niet zichtbaar, maar stroomt dus onder de A20 door de stad in. Ook het Noorderkanaal is niet zichtbaar op het schilderij, maar loopt parallel aan de Boezemlaan en A20.




Op bovenstaande satellietfoto uit 2025 is te zien hoe de situatie er tegenwoordig vanuit de lucht uitziet. Op het kaartje eronder geeft het rode rondje het schildersperspectief aan. De schilder stond op het fietspad vanuit de Soetendaalsekade met zijn rug naar het zuiden, net voor de Boezemlaan (aangegeven met groene streepjes op het kaartje). De Rottebrug is aangegeven met het groene vierkantje. 

Verderop in dit bericht staan een aantal foto's uit de jaren vijftig en zestig. Het linker pijltje is de plek van waar de drie foto’s uit de jaren vijftig zijn gemaakt, het bovenste kruisje is waar de foto’s uit 1964 en 1970 zijn genomen. Het kleine oranje vierkantje geeft de plek weer waar onderstaande foto uit 1987 is genomen. 

Hetzelfde kruispunt in 1987

Als er iets op de foto uit 1987 wordt ingezoomd (zie onder) zijn de overeenkomsten met het schilderij uit 1979 duidelijk te zien. Hoewel de foto net twintig meter verder is genomen, is helemaal links op de foto hetzelfde blauwe bord met de auto erop zichtbaar als op het schilderij. In 1979 was het bord scheef komen te staan; in 1987 was het weer rechtgezet. De overige blauwe verkeersborden lijken in de tussenperiode te zijn vervangen door modernere varianten, maar de locatie en plaatsnamen komen grotendeels nog overeen. De hangende snelwegverlichting boven de A20 hangt er nog, maar de geluidsschermen zijn weggehaald en het kruispunt zelf lijkt in 1987 net onder handen genomen, waarbij de vluchtheuvels en verkeerslichten zijn vervangen. De bomen zijn 8 jaar later ook gegroeid en een stuk groener.


Schilderij Max Geene 1979


Uitsnede foto Soetendaalsekade 1987


Nog eens 38 jaar later is de verkeerssituatie redelijk hetzelfde (op de fietsbrug na), maar lijken alle details aangepast. Alle borden, verkeerslichten, bomen en struiken zijn vervangen en de geluidsschermen langs de A2 zijn weer terug. Alleen de witstalen constructie boven de oprit richting de A20 lijkt nog hetzelfde. Nu dient het niet voor de bewegwijzering, maar voor vierkante matrixborden. Het geheel maakt in 2025 wel een minder opgeruimde en onderhouden indruk dan in 1987. 


Foto van het kruispunt op 14 oktober 2025, gemaakt door Jaap H.


In 1983 is een luchtfoto van Rotterdam Noord gemaakt waarop ook het geschilderde kruispunt zichtbaar is. Met het kruis staat aangegeven van waar het schilderij moet zijn gemaakt, vier jaar eerder. Het leuke van deze luchtfoto is niet alleen het andere perspectief, maar ook dat deze foto is genomen nog voor de renovatie van het kruispunt, waardoor de situatie op de foto uit 1987 op zoveel details anders werd. Op de luchtfoto uit 1983 is het kruispunt inclusief verkeersborden en -lichten (zover te beoordelen) nog gelijk aan die op het schilderij van 4 jaar eerder.

Luchtfoto kruispunt Soetendaalsekade (rechts) met Boezemlaan (richting boven) en oprit A20 (links), 1983

Op de voorgrond van het schilderij zie je de Boezemlaan naar rechts gaan. Zo’n 100 meter naar rechts is de Rottebrug, want nadat de Rotte onder de A20 doorgaat, moet die ook onder de Boezemlaan door. Op een luchtfoto van 1986 is het kruispunt weer goed zichtbaar. Ook toen was het kruispunt nog niet gerenoveerd. Op deze foto is de Rottebrug met rood omcirkeld.


Luchtfoto 1986, Rottebrug omcirkeld.

Van de bouw van zowel de Boezemlaan als de Rottebrug zijn enkele foto’s gemaakt tussen 1955 en 1957. Het geeft een mooi beeld van hoe de omgeving eruit zag voor het door de A20 werd doorsneden. Er was een jachthaven die later verplaatst is. De spoorlijn achter de A20 is helemaal links al wel zichtbaar.


Bouw van de Rottebrug, 1955



Rottebrug, 1956

Leuk detail op bovenstaande foto is dat de putten net zijn aangelegd (trottoirkolken). In onderstaande foto uit 1957 zijn ze terug te vinden bij het zebrapad. Op Google Streetview helemaal op het eind van dit bericht, zijn ze nog steeds terug te vinden in 2025. Zo te zien zijn ze nog origineel.

Kruispunt Soetendaalsekade met Boezemlaan, 1957. Het schilderij is gemaakt vanaf het rode kruisje.

De A20 werd in de jaren zestig pas aangelegd. Je kan hier alleen de A20 op richting het westen. Om via de A20 naar Utrecht (het oosten dus) te kunnen moet je de Boezemlaan volgen waarna je via de Bosdreef het knooppunt Terbregseplein op kan draaien, de A20 richting Utrecht op. Je kan op dat knooppunt ook de A16 richting het zuiden (Dordrecht) pakken. Vandaar dat op het blauwe bord links op het schilderij staat dat je rechts de Boezemlaan moet volgen om naar Utrecht of Dordrecht te kunnen rijden. 

Van de aanleg van op- en afrit naar de A20 zijn ook enkele foto’s gemaakt, ongeveer vanaf de meest linker boom op het schilderij, gefotografeerd richting het punt van waar het schilderij is gemaakt. Het eerste stuk van de op- en afrit moest over het Noorderkanaal worden aangelegd, door middel van de Soetendaalse bruggen.


1964, foto genomen vanaf de overkant van de Boezemlaan, tussen de Soetendaalse bruggen

1970, zelfde perspectief als de foto hierboven, maar dan zes jaar later


Een gure plek

Omdat de Rotte hier de stad binnenkomt, wordt dit gebied ook wel de Poort van Noord genoemd. De wijk achter de schilder is Het Oude Noorden en aan de overkant van de Rotte ligt Crooswijk. Eind 2020 werd er een prijsvraag uitgeschreven om “de Poort van Noord te agenderen en activeren, de aantrekkelijkheid te vergroten, gebruik uit te lokken en een positieve bijdrage te leveren aan de toekomst van deze plek.” Het winnende initiatief wilde bijvoorbeeld een speeltuin/fitness ruimte aanleggen, net naast de oprit naar de A20 (op het schilderij zou dat net naast de witte stellage met blauwe bewegwijzering zijn). Op Google Streetview van oktober 2024 is dat nog niet terug te zien. Ook de voorgestelde kabelbaan over de Rotte is er nog niet.

Winnaar prijsvraag Poort van Noord


Op internet zijn nog andere ambitieuzere plannen te vinden om het gebied te verbeteren. Zo bestaat er een initiatiefvoorstel van de PVDA ui 2021, dat voortbouwde op een voorstel uit 2009 om de A20 te overkappen en er een park bovenop te bouwen. De motivatie achter de verbetering van het gebied is als volgt: “De snelweg is niet alleen een probleem voor de volksgezondheid, maar splijt bovenal ook prachtige wijken in het Noorden van de stad. Daarnaast zorgt het voor verschraling in de wegen direct gelegen aan de snelweg en levert het gure plekken op waar Rotterdammers in nachtelijke uren niet graag komen.”

Tot nu toe is het voorstel tot overkapping nog niet uitgevoerd; eind 2021 werd besloten om eerst een haalbaarheidsonderzoek te starten. Daarna bleef het stil.

Ik heb het schilderij van deze gure plek opgehangen in mijn werkkamer.

Tot slot een link naar de huidige situatie:




Bronnen foto's en knipsel: 

Stadsarchief Rotterdam


Bonusfoto's (toegevoegd 11 januari 2026)

Ik heb in het online stadsarchief van de Gemeente Rotterdam nog gezocht op omliggende straatnamen (Ceintuurbaan, Rottekade, Hillegersberg) en kwam zo op een paar interessante plattegronden en luchtfoto's terecht die de ontwikkeling van het gebied vanaf begin 1900 mooi illustreren.

De eerste is een plattegrond uit 1903. De Rotte loopt van boven naar beneden. De spoorlijn van links naar rechts. Ik heb daaronder in het blauw de toen nog niet gebouwde A20 getekend (bovenste horizontale lijn) en de Boezemlaan (horizontale lijn daaronder). De schilder stond 76 jaar later bij het rode kruisje, waar de Boezemlaan met de ook ingetekende Soetendaalsekade kruist (verticale blauwe lijn). De oprit en afrit vanaf het kruispunt naar de A20 heb ik ook ingetekend.

In 1903 werd er volop gebouwd in Rotterdam Noord. De rijtjeswoningen rukten op vanuit het zuiden, maar het gebied dat nu op het schilderij staat, bestond in 1903 vooral uit nader te ontwikkelen landbouwgrond. De spoorlijn, de Rotte, de begraafplaats (rechtsonder) en de Hildegardiskerk (linksonder) zijn enkele van de weinige nog bestaande herkenningspunten. Het nog niet volgebouwde gebied van Rotterdam Noord heette destijds Zwaaneiland. 
Plattegrond uit 1903

De tweede foto is een luchtfoto uit 1937. Ook hier zijn de Rotte en de spoorlijn goed herkenbaar. De foto is genomen tijdens de aanleg van het Noorderkanaal vanaf links, parallel aan de spoorlijn. De toekomstige A20 zou later tussen het kanaal en de spoorlijn worden aangelegd. Het rode kruisje geeft aan van waaruit het schilderij later zou worden gemaakt. De wijk eronder is in vergelijking met 1903 inmiddels behoorlijk opgeschoten. Volgens Bagviewer zijn de meeste woningen in de blokjes achter de schilder begin jaren 1920 opgeleverd. Deze staan er nog steeds. Alleen de appartementen aan de op onderstaande foto nog niet aangelegde Gordelweg (verlengde van de Boezemlaan) zouden pas in 1956 worden gebouwd.

Luchtfoto uit 1937

Onderstaande luchtfoto uit 1964 is vanuit het noorden genomen. Op de voorgrond zie je nog net een stukje van de spoorlijn. Het Noorderkanaal is inmiddels helemaal af. De Boezemlaan en Soetendaalsekade zijn ook afgebouwd, zodat het schildersperspectief (rode kruisje) makkelijk herkenbaar is. Zowel de op- als de afrit naar de nog niet bestaande A20 zijn in aanbouw over het Noorderkanaal (de Soetendaalse bruggen). De barakken op de voorgrond zouden spoedig worden gesloopt ten behoeve van de snelweg.


Luchtfoto uit 1964, vanuit het noorden

De Soetendaalse bruggen zijn op onderstaande foto uit 1966 inmiddels afgerond. De rechter zou later worden gebruikt als oprit naar de A20, maar diende in 1966 nog als zowel op- als afrit richting Hillegersberg, aangezien de A20 nog niet was aangelegd. De linker brug zou later de afrit vanaf de A20 worden, maar was in 1966 nog niet in gebruik.
Soetendaalse bruggen, 1966, vanuit zuid-westen


Onderstaande luchtfoto uit 1972 is vanuit het westen genomen. Helemaal rechts bij het pijltje zie je nog net een stukje Noorderkanaal, helemaal links de spoorlijn. Het schildersperspectief ontbreekt; daarvoor zou je het pijltje moeten volgen tot over het kanaal en de Boezemlaan net buiten het kader. Onder het pijltje zie je wel de oprit naar de A20, die nu zelf volop in aanbouw is. Je ziet hier duidelijk de shortcut naar de wijk Hillegersberg, links van de spoorlijn. De afrit van de A20 (rechtsonder) is nog steeds niet klaar. Op bovenstaande foto uit 1966 was de brug naar de afrit over het Noorderkanaal al wel zichtbaar. Deze valt net buiten het kader van onderstaande foto.

Luchtfoto uit 1972, vanuit het westen

In maart 2026 heb ik meer informatie geplaatst over de schilder Max Geene en de weg die het schilderij heeft bewandeld tot het in mijn werkkamer terechtkwam. 

12 maart 2023

Typewriters in the local thrift store

I had a few hours to spend this afternoon, so I went to the local thrift store. I was surprised by the nice machines they had for sale for very reasonable prices. All machines were in working order (of course! Back than, they were made to last forever). I had the chance to fiddle and play with each of them, which made me happy. As space is limited, I didn't buy one, but I had one aesthetic favorite (the Everest) and one functional favorite (the Japy). Which one would you chose? For international comparation; 1 euro is currently 1,07 dollar. All machines are for sale at Wawollie, in Maarssen, The Netherlands.



The first one is a Hermes Standard 6, azerty, sn 562041, made in 1946. Inside was a lot of typewriter eraser gunk. The tabulator system was a bit sluggish, but after a few minutes I figured out how it worked. These machines were made between 1943 and 1953; in total around 80k specimens left the factory in Switzerland. I don't see them too often here. This one costs 25 euro:


Next one, a Japy P.90, sn 7002021, made in 1970. This is a rebranded Hermes 3000. It's the third, plastic version of the hyped curved model from the fifties. It has the same tabulator system with the funky red line as the curved model and I guess the other mechanics are similar as well. A very good deal for 10 euro, if you ask me, although cosmetically, it wasn't in the best shape. This plastic version of the Hermes 3000 was sold all through the 1970's. Around half a million of them left the factory. This is one of the earliest examples of the plastic version and also has a azerty keyboard:
 

Than the Everest Mod ST. The surprise of the day! I had never seen an Everest before (other than on pictures). They are not that rare, but I am normally not that interested in post war typewriters. I really like the 1950s look of this typewriter and what I also like is how heavy it is. This is 20 kilo of quality. The machine is in working order and for sale for 35 euros. This specimen (sn 254653) left the factory in 1953, but this model was made in Italy between 1948 and 1954. Only 67k Mod ST's were made in that period. You can pick it up for 35 euro. Less than 2 euro per kilo. Unfortunately, this typewriter also had an azerty lay out. I guess they came from the same person?




Last, an Olivetti Lexikon 80 (qwerty). This one was made in 1950 (sn 2106231). Lexikons were made from 1948 to 1956. The earlier versions have the name on the paper table embossed, like this one. It seems like Olivetti sold a big batch of early versions to The Netherlands, because I see these a lot here. I even scout the earlier and very rare Olivetti M80 every now and than. In total 570k Olivetti Lexikon 80's were sold. This one is for sale for 25 euro. In the plastic bag attached to the carriage are some spare ribbons.
What's your favorite?