Posts tonen met het label williams. Alle posts tonen
Posts tonen met het label williams. Alle posts tonen

19 februari 2013

Waarde van typemachine of schrijfmachine


De waarde van een typemachine hangt af van veel factoren. Allereerst is er een grote verscheidenheid aan merken en modellen. Van veel merken zijn er, zelfs al vóór de Tweede Wereldoorlog, letterlijk miljoenen verkocht. Veruit de meeste typemachines in Nederland zijn dan ook niet verzamelwaardig. Dat wil zeggen: er zal normaliter niemand bereid zijn er meer dan 50 euro voor te geven; meestal (fors) minder en vaak helemaal niets. Hieronder geef ik een (niet volledige) lijst van typemachines die respectievelijk niets, een paar tientjes, of 100 euro of meer waard zijn. 

Een Underwood 5 uit 1904. De typearmen slaan van voren tegen het papier. Van dit model zijn er miljoenen gemaakt. Huidige waarde: ongeveer 20 euro.

Typemachines die bijna niets of niets waard zijn

Dit geldt voor bijna alle na-oorlogse typemachines en voor vrijwel alle vooroorlogse modellen van Underwood, Remington, Woodstock, Royal, Olympia, LC Smith, Continental, Mercedes, Olivetti, Torpedo, Alpina, Triumph, Hermes, Rheinmetall, Adler, Optima, Halda, Erika, en Corona. Al deze typemachines lijken mechanisch erg op de Underwood 5. Dat wil zeggen, de typearmen slaan van voren tegen het papier (zie foto).

Een kleine inklapbare Corona 3 uit 1919. Ook bij deze machine slaan de typearmen van voren tegen het papier. Van dit model zijn er 700.000 gemaakt. Huidige waarde: ongeveer 30 euro.

Typemachines die een paar tientjes waard zijn

De meeste verzamelaars willen merken en modellen met een apart mechanisme, zoals typemachines met typearmpjes die niet van voren, maar van boven, achter of onder tegen de rol slaan, of die met een typewiel of ander element de letters op het papier zet. Deze machines zijn meestal al wat meer waard. Een Hammond, The Noiseless, Mignon, Blickensderfer, Empire, Oliver, Imperial A t/m D, Rofa, Remington (onderaanslag), Smith Premier (onderaanslag) of Yost (onderaanslag) brengt op Marktplaats al gauw meer dan 50 euro op, mits de typemachine in goede staat is. Maar ook dan zijn het model, het serienummer en andere details (bijvoorbeeld de kleur of het toetsenbordtype) belangrijk bij het preciezer kunnen bepalen van de waarde.

Een Hammond Multiplex uit 1914. Bij deze machine slaat een hamertje van achter het papier tegen de zogenaamde typeshuttle (midden). Toch zijn er hier meer dan 100.000 van verkocht. Waarde: ongeveer honderd euro.

Typemachines die minimaal 100 euro waard zijn

En dan zijn er de nóg zeldzamere machines die (in goede staat) 100 euro of zelfs (veel) meer dan dat kunnen opbrengen - de échte collector’s items:
Dat geldt voor de meeste voorloorlogse indextypemachines (dat zijn typemachines zonder toetsenbord) en, om slechts enkele gewilde modellen te noemen: de Brooks, Caligraph, Chicago, Commercial Visible, Crandall, Daugherty, Densmore, Emerson, Fitch, Ford, Franklin, Granville automatic, Hamilton automatic, Kanzler, Lambert,  Moya, Munson, National (onderaanslag), North’s, Pittsburg 10, Postal, Polygraph, Salter, Sholes & Glidden en Williams.  Er zijn vele tientallen bijzondere machines, maar allemaal hebben ze gemeen dat het mechaniek niet lijkt op dat van een gewone typemachine, zoals de eerder genoemde Underwood 5.

Een Williams 2 Academy uit 1905. De typearmen slaan van achter én van voren met een sprinkhaanachtige beweging op het papier. Hier zijn er slechts enkele duizenden van gemaakt. Huidige waarde: minimaal een paar honderd euro.

Ook bij al deze collector’s items geldt dat model, staat, serienummer en andere details veel verschil kunnen maken bij het bepalen van de verkoopprijs. Mocht je thuis één van bovengenoemde zeldzame typemachine hebben staan, of een andere machine met een bijzonder mechanisme, mail dan voor een vrijblijvende taxatie één of enkele foto’s van de typemachine naar schrijfmachine@yahoo.nl .

01 september 2011

Williams typecast

For this typecast I experimented with carbon paper - I've never used it before. I don't like the result too much. Anyone knows how to get the best out of carbon paper?

Click to enlarge

Williams typewriter and carbon paper

20 juli 2011

Williams Academy uit 1904

Een correctie op mijn vorige post: de Williams Academy komt niet uit 1898, maar uit 1904, of later. Mijn Williams werd op de webpage van Will Davis gebruikt in een collage over de Williams typemachine en, naar nu blijkt, foutief gedateerd in 1898.

Op de typemachine staat het volgende adres gegraveerd: “57 Holborn Viaduct, London, England”:

In een online zoektocht naar advertenties over de Williams kwam ik er achter dat dit adres pas vanaf 1904 als verkoopadres werd gebruikt. Dit was ten tijde van de introductie van de Williams 6. In advertenties tot en met 1904 wordt meestal “104 Newgate Street, London” als adres opgegeven. Het lijkt er daarom op dat de “Williams Typewriter Company for Europe” pas in 1904 naar het Holborn Viaduct is verhuisd. Het kan dus bijna niet anders, of de Williams Academy is in of na 1904 gemaakt.
Let op het verkoopadres voor Londen in onderstaande advertenties uit respectievelijk 1902 voor de Williams 4 en 1904 voor de Williams 6.

1902



1904


















Het lijkt mij dat dit betekent dat de Academy, evenals de Junior, een soort instapmodel was. Gelet op de naam denk ik dat de Academy bedoeld was voor studenten. Het model is bijna gelijk aan een Williams 2; alleen de nickelgerande glazen toetsen zijn een kenmerk van de latere modellen 4 en 6. Hoewel, in de Martin Howard collectie staat een hele mooie vroege Williams 1 (met rond toetsenbord) die ook dit soort toetsen heeft.


Misschien leuk om te weten: 57 Holborn Viaduct is ook het adres waar Thomas Edison in 1882 ’s werelds eerste stoomkrachtgedreven elektriciteitscentrale opende. Deze centrale bleef slechts twee jaar in werking. Op een foto uit deze periode is het bedrijf van Edison nog zichtbaar.


18 juli 2011

Williams 2 Academy

Mijn nieuwste aanwinst, een Williams 2 Academy (sn 16576, bouwjaar ca. 1898), komt rechtstreeks uit de verzameling van Tilman Elster. Deze begin dit jaar overleden topverzamelaar had in zijn huis in Herford (Duitsland) ruim 2 duizend schrijfmachines bij elkaar gehamsterd. Veruit de meeste machines waren nog aanwezig en heb ik even mogen bekijken. De verleiding was groot om meerdere machines te kopen, maar ik kon me inhouden. Uiteindelijk ging alleen de Williams mee terug naar Nederland. Een mooie Imperial B schaf ik vast nog wel een keer aan.




De Williams is niet alleen mooi, hij illustreert ook als geen andere machine de wanhopige zoektocht naar zichtbaar schrift. De meest gangbare schrijfmachines waren eind negentiende eeuw de Remingtons. Deze opvolgers van de Sholes & Glidden waren echter zogenaamde blindschrijvers. Dit hield in dat niet direct zichtbaar was wat men had geschreven. Pas na het optillen van de rol was het beschreven papier te zien. Dat schoot natuurlijk niet echt op.


John Newton Williams onderkende het probleem en besloot er iets aan te doen. In 1891 bracht hij de Williams 1 op de markt. Hiermee kon 1 regel zichtbaar worden geschreven. Om de letters zichtbaar op papier te krijgen had hij een systeem bedacht waarbij hij de type-armen als sprinkhanen op de rol liet springen.



Het ziet er prachtig uit, maar echt handig was het niet. De type-armen hadden zoveel plaats nodig, dat Williams ze zowel voor als achter de rol moest plaatsen om te voorkomen dat ze in elkaar verstrikt raakten. Omdat de letters echter op dezelfde kant van het papier dienen te worden geschreven, moest het papier in een holte binnen de typemachine opgerold worden, dan over de rol gaan en vervolgens in een andere holte verdwijnen. Bij deze ingewikkelde oproloperatie is het onmogelijk het papier niet te kreuken. Zie mijn Youtube-filmpje voor een demonstratie van dit geklungel.



Ik had graag het gezicht van Williams willen zien toen hij voor het eerst een Daugherty (1893) of Underwood (1895) aan het werk zag. Deze machines introduceerden, respectievelijk perfectioneerden het zogenaamde front-strike systeem, waarbij met veel gemak zichtbaar kon worden geschreven. In de hieropvolgende vier decennia werden er vele miljoenen Underwoods verkocht, terwijl de Williams fabriek al in 1909 kon opdoeken. Zelfs mijn Olivetti Valentine uit de jaren zeventig gebruikt dit front-strike systeem nog!


Het oordeel van C.V. Oden in zijn Evolution of the typewriter (1917) was dan ook niet mals:

“The Williams was not fast; it was not a good manifolder; it was not convenient to insert paper; the type were not easily cleaned; and its only redeeming feature was the one line of visible writing.”

Mijn Williams 2 Academy is net als een gewone Williams 2 (1896), maar dan met nickelgerande glazen toetsen in plaats van de gebruikelijke hard rubberen toetsen. Pas met de introductie van de Williams 4 in 1899 werden de nickelglazen toetsen standaard. In de meeste literatuur wordt alleen over de Academy 3 gesproken (Rehr, Etc #25). Deze heeft een brede wagen voor grotere formaten papier. Over de Academy 2 heb ik alleen kunnen vinden dat het een exportmodel was voor de Europese (voornamelijk Engelse) markt. De heer Elster heeft mijn Academy volgens zijn zoon rond 1986 bij veilinghuis Christies in Londen gekocht.
De Williams werd ook in Nederland verkocht. In het historisch krantenarchief vond ik deze advertentie uit 1893. Een jaar later werd de advertentie herhaald, daarna niet meer.